Hittestress is geen zomerprobleem meer
Wachten op extreme hitte? Dan verlies je nu al geld.
Toen melkveehouder Jan Vermeulen uit Oost-Vlaanderen eind mei een daling in zijn tankmelkopbrengst opmerkte, dacht hij eerst aan de voedertransitie. Het was immers nog vroeg in het seizoen, de temperaturen waren aangenaam en van een hittegolf was geen sprake. Toch bleek na grondige analyse dat zijn koeien al tekenen van hittestress vertoonden – weken voordat de meeste collega-veehouders überhaupt aan het probleem dachten.
"Ik had altijd gedacht dat hittestress pas een rol speelde bij temperaturen boven de 25 graden," vertelt Vermeulen. "Maar toen ik de cijfers bekeek, zag ik dat mijn melkproductie al daalde bij 20 graden, zeker als de luchtvochtigheid hoog was. Dat was een eyeopener."
Het verhaal van Vermeulen is niet uniek. Steeds meer Belgische melkveehouders ontdekken dat hittestress een veel langere periode beslaat dan de traditionele zomerweken in juli en augustus. Door klimaatverandering beginnen de problemen nu al in het late voorjaar en duren ze door tot diep in september. Dat betekent niet alleen een langer risicovenster, maar ook substantiële financiële verliezen die vaak onopgemerkt blijven.
De stille omzetdief
Het verraderlijke aan hittestress is dat het sluipend begint. Een koe hoeft niet hijgend in de stal te staan om al productieverlies te lijden. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat melkkoeien al stress ervaren vanaf een THI-index (Temperature-Humidity Index) van 68 – wat overeenkomt met ongeveer 20 graden Celsius bij 50% luchtvochtigheid. Op zulke dagen denkt geen enkele veehouder aan hittestress, maar de koeien voelen het wel.
De gevolgen zijn meetbaar. Bij beginnende hittestress daalt de voeropname met 3 tot 5%, wat zich direct vertaalt in lagere melkproductie. Een koe die normaal 30 liter geeft, zakt al snel naar 28,5 liter. Over een koppel van 100 koeien betekent dit 150 liter minder per dag. Bij een melkprijs van 45 cent per liter, verlies je zo 67,50 euro per dag – of meer dan 2.000 euro per maand. En dan hebben we het nog niet eens over de negatieve effecten op vruchtbaarheid, celgetal en diergezondheid.
Het nieuwe seizoenspatroon
Waar Belgische veehouders vroeger konden rekenen op een relatief korte periode van hittestress in juli en augustus, zien we nu een fundamenteel ander patroon. De lente begint eerder warm te worden, met warme periodes al in april en mei. De nazomer duurt langer, met verhoogde temperaturen regelmatig tot in oktober. Daartussenin hebben we niet langer een paar korte hittegolven, maar regelmatig terugkerende warme periodes.
Dit nieuwe patroon vereist een andere aanpak. Veehouders die hun hittestressmanagement pas opstarten bij de eerste officiële hittegolf, lopen al weken tot maanden omzet mis. De preventieve maatregelen moeten veel vroeger beginnen – idealiter al vanaf april – en veel later doorlopen dan de meeste bedrijven nu doen.
De kostprijs van afwachten
Vermeulen berekende achteraf wat het hem kostte om te laat in actie te komen. "Van half mei tot eind mei had ik al maatregelen kunnen nemen, maar ik wachtte af. Die zes weken kostten me naar schatting 8.000 euro aan gemiste melkopbrengst. Sindsdien start ik mijn koelstrategie al zodra de weersverwachtingen structureel boven de 18 graden uitkomen."
Die aanpak blijkt verstandig. Door proactief te koelen, extra ventilatie in te zetten en het voermanagement aan te passen vóór de stress toeslaat, voorkom je niet alleen directe productieverliezen maar ook de langetermijneffecten. Hittestress in mei en juni heeft namelijk ook invloed op de vruchtbaarheid, wat zich pas maanden later uit in een lagere dracht percentage en langere tussenkalftijd.
Praktische vroege signalen
Hoe weet je nu of je koeien al last hebben van hittestress, ook als het niet extreem warm aanvoelt? Let op deze vroege waarschuwingssignalen:
Koeien gaan meer staan en minder liggen, vooral overdag. Ze zoeken schaduwplekken op, ook in de stal. De voeropname neemt geleidelijk af, vooral tijdens de warmste uren. Er is een lichte maar meetbare daling in melkproductie. Het ademhalingspatroon versnelt, ook al lijkt het niet extreem. De wateropname stijgt merkbaar.
Deze signalen zijn subtiel, maar als je ze waarneemt bij temperaturen tussen 18 en 22 graden, dan ervaren je koeien al hittestress. Wachten tot ze duidelijk hijgen en zweten betekent dat je al in een gevorderd stadium zit – en dat de financiële schade al aanzienlijk is.
De nieuwe realiteit
Voor Belgische melkveehouders betekent de verschuivende klimaatrealiteit een andere bedrijfsvoering. Hittestress is geen incidenteel zomerprobleem meer dat je met een paar noodmaatregelen kunt bezweren. Het is een structureel risico dat van april tot oktober je bedrijfsresultaat kan beïnvloeden.
Wie denkt dat hittestressmanagement kan wachten tot de thermometer boven de 25 graden uitkomt, loopt al maanden omzet mis. De vraag is niet meer óf je maatregelen moet nemen, maar wanneer je begint. En het antwoord is duidelijk: veel vroeger dan je denkt.
Vermeulen vat het treffend samen: "Ik zie hittestress nu niet meer als een zomerprobleem, maar als een management-uitdaging van een half jaar. Die omslag in denken heeft me meer opgeleverd dan welke andere aanpassing ook."
Wilt u weten hoe u uw bedrijf beter kunt wapenen tegen vroege hittestress? In de volgende artikelen gaan we dieper in op praktische preventieve maatregelen die al in het voorjaar effect hebben.